Objectherkenning

Met augmented reality kun je virtuele 3D objecten in je fysieke omgeving plaatsen. In sommige gevallen kun je hierbij ook een relatie of interactie met dit fysieke object creëren. Hiervoor is het noodzakelijk dat de AR-software het object in je omgeving herkent. Om dat mogelijk te maken, genereer je eerst een beeld van het object met de camera van je mobiele telefoon of tablet.

Om dit beeld te identificeren, plaatst de software eerst een serie punten op het met de camera vastgelegde object. De software kijkt goed naar de onderscheidende waarde van deze feature points. Waardevolle punten liggen bijvoorbeeld op de contouren van objecten, en de scheidslijnen tussen verschillende vlakken. Samen vormen deze punten een identificeerbare constellatie van punten.

Zo genereert de software in feite een soort ‘digitale vingerafdruk’, met een serie van min of meer unieke eigenschappen. Deze constellatie van punten kan de software hierna vergelijken met een bestaande database van eerder gescande objecten. Net als bij het zoeken naar een vingerafdruk wordt een object herkend als voldoende onderscheidende punten met elkaar overeenkomen.

Image recognition and tracking